Het jaarlijkse ledenrapport van Goede Doelen Nederland wordt als een goede graadmeter beschouwd voor ontwikkelingen bij fondsenwervende goede doelen: niet minder, maar ook niet meer dan dat, gezien de extrapolatierisico's. De gemiddelden die de koepel publiceert op sectorniveau - op basis van gegevens van bijna 100 van de 145 leden - kunnen gemakkelijk het zicht benemen op de ontwikkelingen van individuele organisaties binnen een bepaalde schaalgrootte. Zo is er een aantal (zeer) grote goede doelen met inkomsten ver boven de €20 miljoen per jaar; een groep middelgrote organisaties (€5-€20 miljoen) en kleinere organisaties (minder dan €5 miljoen). De verschillen tussen die categorieën voor wat betreft inkomsten, kosten en bestedingen belopen soms een factor 2 of zelfs 7, waardoor hier het gezegde dat je toch kunt verdrinken in een rivier van gemiddeld één meter diep zeker van toepassing is.
Daling donateurs in hoogste categorie
Significant is de daling van donateurs en leden in de hoogste categorie: een gemiddelde teruggang van 6,7 procent (in absolute zin blijven er dan een kleine 6 miljoen Nederlanders over). Middelgrote organisaties laten een stabiel beeld zien (een kleine 2,5 miljoen Nederlanders), terwijl de 'kleintjes' fors plussen: plus 8,6 procent (een krap half miljoen leden & donateurs). Grote verliezers (op sectorniveau, dus niet uitgesplitst naar schaalgrootte) zijn hier organisaties op het gebied van internationale samenwerking en van welzijn & cultuur. Kleine plusjes zijn er voor gezondheid en natuur & milieu.
Verreweg de meeste vrijwilligers zijn actief in het domein van cultuur & welzijn (43 procent), gevolgd door internationale samenwerking (37 procent). Als het gaat om collectanten domineren de gezondheidsorganisaties traditiegetrouw het beeld: ruim driekwart van alle collectanten loopt hiervoor met een bus langs de deuren in Nederland.

Aan de inkomstenkant zijn ook enkele bijzonderheden zichtbaar die in strijd lijken met de eerdergenoemde draagvlakontwikkeling. Waar de grote organisaties leden en donateurs verliezen, boeken ze een lichte stijging aan totale inkomsten van +3,6 procent (met natuur & milieu als significante plusser), terwijl de 'kleintjes' hun totale inkomen zien achteruitgaan met bijna 9 procent! Kijken we naar de bron van inkomsten, ook in relatie tot het kostenniveau, dan wordt duidelijker welke factoren hier een rol spelen. Vooral de kleinere organisaties zijn sterk afhankelijk van inkomsten uit eigen fondsenwerving: die maken liefst 75 procent uit van de totale inkomsten. Als je gemiddeld op driekwart van je inkomsten dan bijna 4 procent in de min gaat ten opzichte van 2014, tikt het hard aan. Zeker als je ook de kosten fondsenwerving hierbij in ogenschouw neemt: deze zijn bij de kleinste organisaties gemiddeld bijna het dubbele (13 procent) van die bij grote goede doelen (6 procent).